Sommige boeken trekken je aandacht vanwege de schrijver.
Andere vanwege de titel.
En soms zie je op een boekenmarkt ineens een enorm groen boek liggen waarvan je eigenlijk geen idee hebt wat het is, maar waarvan je meteen denkt: die wil ik even bekijken.
Zo ging het een aantal jaar geleden op de Deventer Boekenmarkt met Waarheid en Droomen van Jonathan.
Het was vooral de kaft die mijn aandacht trok. Donkergroen linnen, zwarte versieringen, goud, blauwgrijze details en een behoorlijk uitbundige titel. En dan ook nog dat formaat. Het is geen boek dat bescheiden tussen twee andere boeken in de kast verdwijnt.
Er stond alleen geen prijs op.
Dus ik vroeg de verkoper wat het moest kosten.
Hij keek er even naar en kwam vrij snel met een bedrag:
25 euro.
Prima.
Boek mee.
Pas jaren later ben ik eigenlijk eens gaan uitzoeken wat ik toen precies had gekocht.
En toen bleek dat er achter die opvallende groene kaft een veel leuker verhaal zat dan ik had verwacht.
Jonathan bestaat niet
Om te beginnen is Jonathan helemaal geen Jonathan.
Het was het pseudoniem van Johannes Petrus Hasebroek, geboren in Leiden in 1812. Hasebroek was predikant, dichter en schrijver en verkeerde midden in het Nederlandse literaire wereldje van de negentiende eeuw.
Hij was onder andere bevriend met Nicolaas Beets, de schrijver die onder de naam Hildebrand de Camera Obscura publiceerde.
Hasebroek werd in 1836 predikant in Heiloo en woonde daar samen met zijn zus Elisabeth, die zelf ook schreef. Hun pastorie groeide uit tot een ontmoetingsplaats voor schrijvers. Beets kwam er, maar ook mensen als Potgieter, Kneppelhout, Van Lennep en Geertruida Toussaint.
Die groep werd later zelfs bekend als de Kring van Heiloo.
Niet slecht voor een domineeswoning.
Eigenlijk wilde hij helemaal geen proza schrijven
Waarheid en Droomen heeft bovendien een leuke ontstaansgeschiedenis.
Hasebroek beschouwde zichzelf aanvankelijk vooral als dichter. Toen E.J. Potgieter hem vroeg iets te leveren voor het literaire jaarboek Tesselschade, wilde Hasebroek dan ook een gedicht insturen.
Potgieter wilde liever proza.
Probleempje: dat had Hasebroek eigenlijk nog nooit geschreven.
Hij probeerde het toch.
Het resultaat werd De Haarlemsche Courant.
Dat verhaal beviel kennelijk goed genoeg, want uiteindelijk volgden er meer stukken en in 1840 verscheen Waarheid en Droomen.
Onder de naam Jonathan.
En het sloeg aan.
Zo goed zelfs dat het boek tientallen jaren opnieuw werd gedrukt.
Mijn exemplaar kwam 45 jaar later
Het exemplaar dat ik op de boekenmarkt meenam, blijkt de zesde druk uit 1885 te zijn.
Dat staat zelfs pontificaal op de kaft:
E.J. Brill – Leiden – 1885.
Tussen de oorspronkelijke uitgave en mijn exemplaar zit dus maar liefst 45 jaar.
Hasebroek leefde toen nog. Hij was inmiddels in de zeventig en kon zelf meemaken dat het boek dat hij als jonge man had geschreven nog steeds werd gelezen.
Maar uitgever E.J. Brill deed voor deze zesde druk iets bijzonders.
Hij maakte er een boek van dat je onmogelijk over het hoofd kon zien.
En ruim een eeuw later bleek dat trucje nog steeds te werken.
Wilm Steelink
Een belangrijke rol daarbij speelde kunstenaar Willem Steelink.
Steelink kende Hasebroek via de familie en had Waarheid en Droomen gelezen. Hij maakte tekeningen naar aanleiding van het boek en liet die aan Hasebroek zien.
Daar ontstond uiteindelijk het idee uit om een nieuwe, rijk geïllustreerde uitgave te maken.
Steelink maakte er tien etsen voor.
Niet zomaar wat algemene negentiende-eeuwse plaatjes om een oud boek aantrekkelijker te maken, maar afbeeldingen die speciaal bij de verhalen van Hasebroek werden ontworpen.
En die tien etsen zitten nog steeds in mijn exemplaar.
Onder andere:
De Haarlemsche Courant,
Het Album,
Sint Nicolaas,
Het Portret,
De Koning gaat ten grave,
De Haringkooper,
De Vischvrouw,
De Dorpsschoolmeester,
De Hofjes-Juffrouw
en De Schaatsenrijder.
Juist De Haarlemsche Courant vind ik achteraf een leuke. Dat is immers het verhaal waarmee Hasebroek min of meer per ongeluk prozaschrijver werd.
Leiden, Leipzig en weer terug
Toen ik het boek verder bekeek, kwamen er nog meer kleine aanwijzingen tevoorschijn.
Op de etsen staat:
Th. Bell, Leipzig, impr.
En achterinn zit nog een klein boekbindersetiket/stickertje:
G. Fritzsche Buchbinderei Leipzig.
De uitgever zat ondertussen gewoon in Leiden: E.J. Brill.
Mijn Nederlandse boek blijkt dus ook een klein internationaal product te zijn geweest. Steelinks werk werd voor de uitgave in Leipzig gedrukt en ook de boekband werd daar vervaardigd.
Dat verklaart misschien mede waarom Brill er zo’n opvallend geheel van kon maken.
Het was duidelijk niet bedoeld als een goedkoop leesboekje.
Dit mocht gezien worden.
En toen kwam het arsenicum
Er was overigens nog een heel andere reden waarom ik het boek onlangs weer uit de kast haalde.
De kleur.
Oude groene boeken kunnen namelijk een nogal ongezellige eigenschap hebben: sommige negentiende-eeuwse groene boekbanden zijn gekleurd met Emerald Green, een pigment waarin arsenicum zit.
En laat mijn boek nu net groot, oud en groen zijn.
Dat roept natuurlijk de vraag op:
Heb ik al die jaren een boek met arsenicum in mijn kast staan?
Waarschijnlijk niet.
Mijn exemplaar is uit 1885 en daarmee behoorlijk laat voor de periode waarin arsenicumhoudend Emerald Green veel voor boeklinnen werd gebruikt. Bovendien is de kleur eerder donker olijf- of mosgroen dan het opvallend heldere smaragdgroen dat bij veel bekende arsenicumboeken voorkomt.
Maar zonder een meting kun je het niet helemaal uitsluiten.
En alsof dat nog niet genoeg is, kunnen negentiende-eeuwse boekbanden ook andere metalen bevatten, zoals lood en chroom.
Een boek kan blijkbaar op allerlei manieren interessant zijn.
Voorlopig was ik na het bladeren gewoon mijn handen.
Wat is 25 euro waard?
Toen kwam natuurlijk de onvermijdelijke vraag: wat is het boek eigenlijk waard?
Dat blijkt lastig, want antiquarische vraagprijzen lopen behoorlijk uiteen.
Maar mijn exemplaar heeft een paar dingen mee.
Het is de oorspronkelijke rijk gedecoreerde linnen band. De kleuren en goudopdruk zijn nog behoorlijk mooi. Het originele boekbindersetiket zit er nog in. En vooral: alle tien de etsen van Steelink zijn aanwezig.
Er zijn gebruikssporen, wat foxing en slijtage aan de band. Het boek is tenslotte uit 1885 en heeft duidelijk een leven achter de rug.
Een redelijke waarde lijkt ergens rond de honderd tot honderdvijftig euro te liggen, met hogere vraagprijzen bij antiquaren.
Niet dat ik van plan ben het te verkopen.
Maar achteraf gezien was die snel bedachte 25 euro van de verkoper op de Deventer Boekenmarkt zo slecht nog niet.
Voor mij dan.
Uiteindelijk had de kaft gelijk
Het grappigste vind ik eigenlijk dat ik het boek destijds niet kocht vanwege Hasebroek.
Ik kende Waarheid en Droomen niet.
Ik wist niet wie Jonathan was.
Ik wist niets over Steelink.
Ik wist niets over de tien etsen, de Kring van Heiloo, de productie in Leipzig of de geschiedenis van deze zesde druk.
Ik zag gewoon een enorm groen boek met een prachtige negentiende-eeuwse kaft.
En wilde het hebben.
Daarmee deed die band in feite in de eenentwintigste eeuw nog precies waarvoor E.J. Brill hem in 1885 liet maken.
Tussen al die andere boeken op de Deventer Boekenmarkt zorgde hij ervoor dat iemand bleef staan en dacht:
Hé, wat is dát?