| De wolf en het lam. Een Fabel. (La Fontaine nagevolgd.) ‘Zeg eens, krullebol,’ sprak een wolf tot een lam by een beek: ‘Waarom sta je daar zoo te drinken als of geen mensch er naar keek? | |
| [p. 218] | |
| ’t Wordt hoog tijd, dat ik eens kennis met je maak en je wat nader spreek, En dat zal heel wat anders zijn, dan met rammetjens te vrijen. Wou jy nu hier het water bederven; dat zal ik niet lijen. ’‘Maar, Mijnheer!’ sprak het lam: ‘hoe heb ik het nu? Hoe zou ik u ’t water bederven, ik sta immers veel lager dan U. ’De wolf kon die aanmerking, of dat slechte Hollandsch, niet velen; Want wolven zijn altijd gesteld op krakkeelen: En zei: Als je daarop durft staan, ‘Je hebt het vroeger al zoo dikwijls gedaan. Ik laat me door zoo’n kleuter, als jy bent, niet verlakken. Je hebt het my zes maanden geleden nog eens gebakken. ’‘Ik verklaar u,’ zei ’t lam, ‘op mijn woord van eer,Dat ik toen nog als ongespeende zuigeling in de wieg lag, Mijnheer.’ ‘Wel, lammetjen!’ sprak de wolf, en kwam al nader en nader: ‘Was jy ’t niet, dan was het je schoondochter of je vader.’ ‘Ik heb nooit geen vader of geen schoondochter gehad,’ Sprak het lam, dat al beefde als een koortsig blad, En by deze gelegenheid zijn heelen stamboom vergat. ‘Hou je me voor de mal?’ zei de wolf; ‘ik zal je verleeren, Fatsoenlijke luî op zoo’n manier te mystificeeren. ’Hierop verslond hy met huid en haar Het geheele lam, of ’t een Engelsche oester waar, En bracht de rest naar huis om er zijn kindertjens op te trakteeren. Het lam had hieraan natuurlijk het land: Doch voor den wolf was het net een kolfjen naar zijn hand. | |
| [p. 219] | |
| Schapen en kinderen! leert hieruit, dat, zelfs hy stille beken, Een wandelende wolf maar liefst moet worden ontweken, Of je moest door uw ouders eerst voorzien zijn geweest Van een sterke kindermeid, die een partuur is voor zulk een beest. |
De Wolf en het Lam – De Schoolmeester
De Nonsens van “De wolf en het lam”
Nonsenspoëzie heeft altijd een bijzondere plaats ingenomen in de literatuur. Het speelt met logica en verwachtingen, en biedt een andere kijk op taal en verhalen. Een mooi voorbeeld is het gedicht “De wolf en het lam,” geschreven door Gerrit van de Linde, beter bekend onder zijn pseudoniem “De Schoolmeester.” De Schoolmeester was een Nederlandse dichter en schrijver uit de 19e eeuw. Zijn werk kenmerkt zich door humor, woordspelingen en een onconventionele kijk op de werkelijkheid.
Fabels
Dit gedicht heeft iets weg van een fabel en fabels zijn al eeuwenlang een bron van wijsheid en moraal, vaak met dieren als personages die menselijke eigenschappen en gedragingen vertonen. Jean de La Fontaine, een Franse dichter uit de 17e eeuw, was een meester in dit genre. Maar niet alle fabels volgen het morele pad. Soms, zoals in het geval van dit gedicht wordt het een mooi voorbeeld van wat we nu ‘nonsens poëzie’ noemen. Hier zijn enkele redenen waarom dit specifieke gedicht uitblinkt in dit genre.
Ongeloofwaardige beschuldiging
Het eerste wat opvalt in “De wolf en het lam” is de ongeloofwaardige dialoog tussen de wolf en het lam. In het echt zouden deze twee natuurlijk geen gesprek voeren. De wolf beschuldigt het lam ervan het water stroomopwaarts te vervuilen, terwijl het lam lager staat. Dit is een duidelijke logische fout, want water stroomt van hoog naar laag, niet andersom. Het gedicht maakt gebruik van antropomorfisme, waarbij dieren menselijke eigenschappen en gedragingen krijgen. De wolf gebruikt menselijke logica en redenering in zijn beschuldigingen, wat absurd is. Een voorbeeld hiervan is wanneer de wolf het lam beschuldigt van iets dat zes maanden geleden is gebeurd, terwijl het lam toen nog een zuigeling was. Het lam wordt dus beschuldigd van handelingen die het nooit had kunnen verrichten. Je kan dit zien als een knipoog naar de irrationele aard van autoritaire beschuldigingen.
Parodie op de fabel
Waar fabels meestal eindigen met een morele les, daar breekt dit gedicht met die traditie. De wolf gedraagt zich volstrekt immoreel zonder gerechtvaardigde reden, wat leidt tot een tragische climax. Het gedicht is een parodie op de traditionele fabel en voegt humor en vreemde situaties toe. Normaal bevat een fabel een duidelijke moraal en is juist om die reden een leerzame vertelling. De wolf en het lam zijn geen gewone karakters; ze vertegenwoordigen extreme persoonlijkheden. De wolf is boosaardig, terwijl het lam onschuld symboliseert, wat dus ook de ironie van zijn lot duidelijk maakt.
Nonsens!
De humor in het gedicht komt vaak voort uit overdrijving. De wolf beweert dat, als het lam het water niet heeft vervuild, dan was het zijn “schoondochter of vader”. Dit is een overdrijving die bijdraagt aan de humor. Het lam reageert met een serieuze toon, wat het contrast tussen de beschuldiging en de reactie benadrukt. Het gedicht maakt gebruik van bijzondere metaforen en vergelijkingen, zoals het lam dat “al beefde als een koortsig blad”. Deze beeldspraak is niet alleen onverwacht, maar ook overdreven en past niet goed bij de situatie. Daarnaast zijn er taalgebonden grappen die bijdragen aan de nonsens. Woorden als “krakkeelen” en “mystificeeren” klinken ouderwets en zijn buiten hun context humoristisch. Deze speelse omgang met taal versterkt het gevoel van nonsens. Het gedicht wisselt tussen serieuze en speelse tonen, wat een gevoel van verwarring creëert. Het contrast tussen de dreigende toon van de wolf en de onschuldige, angstige reacties van het lam versterkt de nonsens. Een voorbeeld hiervan is wanneer de wolf dreigt het lam te zullen “verleeren” fatsoenlijke mensen te “mystificeeren”.
Onverwachte Plotontwikkeling
De plot van het gedicht ontwikkelt zich op een onverwachte manier. Uiteindelijk eet de wolf het lam op en neemt de rest mee naar huis voor zijn kinderen. Deze onverwachte wendingen zijn kenmerkend voor nonsenspoëzie. Het gedicht dient als metafoor voor de onlogische menselijke interacties. De wolf benut zijn fysieke en sociale overmacht om zijn wil op te leggen, zonder geldige reden – een situatie die we in de echte wereld ook kennen en hier wordt gepresenteerd met een surrealistische draai.
Conclusie
“De wolf en het lam” is in mijn optiek een meesterwerk van nonsenspoëzie, dat een unieke draai geeft aan de klassieke fabel. Het is vermakelijk om te lezen, maar zet ook aan tot nadenken.
